T’s ff wat anders
Precies een week voor het carnavalsgeweld echt losbarst brengen de Drammers een bezoek aan de
Onze Lieve Vrouwenkerk in Loil voor een klein momentje van bezinning. Traditioneel wordt er dan een zegen gevraagd over het komend carnaval, dat tenslotte zijn oorsprong vindt in het christendom. Dit jaar vond de gezinsviering plaats op zondagochtend 27 februari.
Als om 9.00 uur de kerkklokken beginnen te luiden, loopt de kerk langzaam vol met drammers en drammerinnetjes. Stipt 9.30 klinken de schelle klanken van de trompet van Denny Harmsen, die de melodie van Hier wil ik blieven door de kerk laat galmen. Op de laatste klank betreden Prins Tom I en Prinses Amber I de kerk, gevolgd door tientallen kleurrijke dansmarietjes, de jeugdraad, de raad van elf, het convent en het bestuur, om samen plaatst te nemen in de voorste kerkbanken.
Het thema van de gezinsviering is ‘T’s ff wat anders’. Een passend thema want tenslotte doen we met carnaval een beetje anders als normaal. En ook de viering zelf is al een beetje anders als anders, getuige niet alleen de vele verklede bezoekers, maar ook het koor dat traditionele kerkgezangen voor carnavalsliedjes heeft ingeruild. De liedjes worden gezongen door Singing Kids, speciaal voor deze gelegenheid aangevuld met een aantal leden van Sjanté. Naast de traditionele eucharistie wordt de viering gevuld met onder meer een gedicht over carnaval, voorgelezen door Prinses Amber I. Ook pastoor Aarsen geeft aan zijn verhaal een carnavalistisch tintje.
Voor de viering wordt afgesloten met het Loils kindervolklied, leest Prins Tom I een slottekst die hieronder terug te vinden is. Niet veel later klinkt het slotakkoord van Hier wil ik blieven, en betreden de muzikanten van Heur-Es de kerk, om het Drammersvolk op te halen en mee te nemen naar café Henrdiks voor een gezellige prinsenreceptie.
Samen
– slottekst Prins Tom I
Een kleine bijdrage aan de geest van carnaval,
voor al die Drammers, hier aanwezig groot in getal.
Zo zal het ook zijn in de optocht en ‘s avonds tijdens het bal,
met Drammertjesmaondag en het kindercarnaval.
Een carnavalsfeest zoals wij dat mogen meemaken,
heeft zijn wortels die aan het gelovig leven raken.
Carnaval is altijd het begin geweest,
van de veertig dagen vastentijd, die ons brengt naar het paasfeest.
Er wordt geklaagd dat liefde en eerbied niet meer stralen,
maar dat hardheid en onbeschoftheid staan te pralen.
En dat zoiets moois als een carnavalsfestijn,
ook al lijdt onder een mentaliteit van ‘ik en mijn’.
Laten wij ons Drammers dat zo maar aanpraten?
Alsof geest en wijsheid in de steek worden gelaten?
Zouden wij vergeten dat we elkaar nodig hebben voor plezier en gein?
En met z’n allen samen het Drammersvolk zijn.
Ik, prins Tom I en allen die mij vergezellen,
hoeven u niet te vertellen,
dat je in je eentje alleen moet gaan.
Maar alleen met z’n allen, samen kunt gaan.





